Assertiviteit begint niet in je hoofd — het begint in je lijf!
Gebruik je kracht, van binnen uit

Over de fysiologie van je eigen plek innemen
Er is iets merkwaardigs aan de manier waarop we assertiviteit doorgaans aanpakken in trainingen. We leren zinnen. We oefenen met ‘ik-boodschappen’. We repeteren hoe je ‘nee’ zegt zonder je te verontschuldigen. En dan gaan we terug naar de praktijk, naar de vergadering waar de projectmanager door je heen praat, naar het overleg waar iedereen al een conclusie heeft getrokken voordat jij je mond opendoet, naar het gesprek waarbij je precies weet wat je wilt zeggen maar merkt dat je stem net iets te snel gaat, je zinnen net iets te lang worden, of je juist helemaal niets zegt.
De techniek was er. De woorden ook. Maar iets klopte niet.
Dat iets is je zenuwstelsel.
Wat er werkelijk gebeurt als je je mond houdt
Stel je een situatie voor die je kent. Een bijeenkomst waarbij een besluit dreigt te vallen dat jij inhoudelijk onjuist vindt. Jij ziet de fout. Je hebt de cijfers. Je weet hoe het zit. En toch — er is een fractie van een seconde aarzeling, en die aarzeling is genoeg. De vergadering gaat verder. Het moment is voorbij.
Wat speelde er in die fractie van een seconde?
Neurobiologisch gezien is er een cascadeproces gaande dat veel ouder is dan onze prefrontale cortex, veel ouder dan taal, redeneren of professioneel zelfvertrouwen. Je brein heeft die situatie, die persoon, die toon, die sociale hiërarchie, razendsnel gescand en een bedreiging geregistreerd. Niet per se een fysieke bedreiging, maar een sociale. De kans op afwijzing, conflict, gezichtsverlies. En je autonome zenuwstelsel heeft, zonder jouw toestemming, een reactie ingezet.
Fight, flight, freeze of fawn. In het geval van de zwijgende vergaderaar: freeze.
Dit is geen karakterzwakte. Het is geen gebrek aan zelfvertrouwen. Het is een fysiologische reactie die je lichaam heeft aangeleerd, geprogrammeerd in je vroege jeugd.
De polyvagaaltheorie en waarom veiligheid assertiviteit mogelijk maakt
De Amerikaans neurowetenschapper Stephen Porges ontwikkelde de polyvagaaltheorie, een kader dat veel verklaringskracht heeft als het gaat om gedrag in sociale situaties. De kerngedachte is simpel: ons zenuwstelsel heeft drie hiërarchische toestanden, die elk corresponderen met een ander gedragsrepertoire.
De eerste, meest basale toestand is de dorsale vagale toestand: shutdown, immobiliteit, het ‘bevriezen’. Evolutionair gezien de oudste overlevingsstrategie , als vluchten en vechten niet helpt, lig je dood. In sociale contexten vertaalt dit zich naar teruggetrokkenheid, leegheid, onvermogen om te reageren.
De tweede toestand is de sympathische activering: de klassieke vecht-of-vlucht respons. In vergaderingen zie je dit als defensiviteit, irritatie, te snel praten, overreageren op kritiek. Druk die eruit wil maar geen goede uitlaatklep vindt.
De derde toestand, en dit is de kern, is de ventrale vagale toestand: het sociaal betrokkenheidssysteem. In dit raam van het zenuwstelsel ben je tegelijk ontspannen én alert. Je kunt luisteren én jezelf laten horen. Je kunt je positie innemen zonder het als strijd te ervaren. Je bent beschikbaar voor contact, maar niet afhankelijk van goedkeuring.
Assertiviteit, echte assertiviteit, niet de aangeleerde techniek, komt voort uit deze derde toestand.
En deze toestand is niet iets wat je met je hoofd, het denken, kunt bereiken. Je kunt hem alleen maar belichamen.
Waarom kennis niet genoeg is
Dit verklaart een fenomeen dat iedere trainer en coach kent: mensen die de stof intellectueel volledig begrijpen, maar in de praktijk toch terugvallen op oud gedrag. Ze weten hoe het moet. Ze hebben het geoefend. Maar onder druk, in het echte gesprek, met de echte persoon, op het echte moment, grijpt het lichaam terug naar wat het kent.
Dat is geen zwakte van de persoon. Het is de biologie van het zenuwstelsel.
Het zenuwstelsel leert niet door informatie. Het leert door ervaring, herhaalde, belichaamde ervaring waarbij het systeem ontdekt dat het veilig is om zich te uiten, dat contact niet per definitie gevaar betekent, dat het innemen van een standpunt niet leidt tot verlies van verbinding.
Dit heeft directe consequenties voor hoe we assertiviteitstraining zouden moeten benaderen. Niet als een set technieken die je inzet wanneer nodig, maar als een oefening in het reguleren van je eigen activatieniveau, zodat je in moeilijke situaties niet buiten jezelf schiet, maar juist meer aanwezig kunt zijn.
Een ontspannen zenuwstelsel is geen luxe, het is een voorwaarde
Er bestaat een populaire misvatting over assertiviteit: dat je er iets voor nodig hebt wat aanvoelt als kracht, spanning, of zelfs adrenaline. Dat assertief zijn voelt als opgeblazen zijn. Als jezelf groter maken.
Maar als je kijkt naar mensen die werkelijk gezaghebbend zijn, die een ruimte binnenkomen en direct een soort vanzelfsprekend gewicht met zich meedragen, dan zie je geen spanning. Je ziet ontspanning. Rustige oogcontact. Een stem die laag blijft. Een lichaam dat niet vlucht, maar ook niet agressief naar voren leunt. Gewoon aanwezig.
Dat is ventrale vagale regulatie in actie
Vanuit die fysiologische toestand kun je dingen zeggen die moeilijk zijn, zonder dat je er een prestatiedruk van maakt. Je kunt een afwijkende mening ventileren zonder je te verdedigen. Je kunt ‘nee’ zeggen zonder een heel verhaal te fabriceren waarom. Niet omdat je je niet kwetsbaar voelt, maar omdat je die kwetsbaarheid kunt dragen zonder erdoor te worden meegesleurd.
De paradox is: je bent het meest effectief als je het minst gespannen bent.
Wat dit betekent voor de professional in een werkomgeving
In de context van organisaties is dit inzicht bijzonder relevant. Ieder die in een complexe, politiek geladen omgeving werkt — heeft te maken met een constante stroom van potentieel activerende situaties. Deadlinedruk, tegenstrijdige belangen, informatie die klopt maar onwelkom is, een opdrachtgever die niet wil horen wat je te zeggen hebt.
De neiging is om in zulke omgevingen óf in conflict te gaan (sympathische activering) óf te zwijgen en te functioneren als administratief uitvoerder (dorsale terugtrekking). Beide zijn vluchtroutes. Beide kosten energie. Beide doen geen recht aan de werkelijke rol die iemand kan vervullen.
De professional die gereguleerd is, die in het ventrale raam blijft of er snel naar terugkeert, kan iets wat de anderen niet kunnen: hij of zij kan een onwelkome boodschap brengen zonder die boodschap groter of kleiner te maken dan hij is. Hij kan de spanning in de ruimte verdragen zonder erin mee te gaan. Hij kan standhouden zonder te verstijven.
Dat is de essentie van wat wij in trainingen ‘assertiviteit’ noemen. Maar eigenlijk is het iets diepers: het is de capaciteit om in contact te blijven met jezelf, terwijl je tegelijkertijd in contact blijft met de ander.
Regulatie als praktijk
Hoe ontwikkel je dan die regulatiecapaciteit? Niet primair door nog meer gesprekstechnieken te leren, maar door het zenuwstelsel te trainen in het herkennen en verruimen van zijn eigen venster van tolerantie.
Een paar tips die daarin helpen:
1. Lichaamsgewaar zijn in situaties van lichte activering.
Niet wachten tot je volledig geactiveerd bent om te merken wat er met je lichaam gebeurt. Wat doet je ademhaling vlak voor je iets moeilijks moet zeggen? Wat doet je keel? Je schouders? Die vroege signalen zijn toegangspoorten.
2. Verankering in het lichaam.
Bewust contact maken met de grond onder je voeten, de leuning van je stoel, de ruimte achter je. Dit activeert proprioceptie — het gevoel van ruimtelijke aanwezigheid — en helpt het systeem te oriënteren in plaats van te reageren.
3. Trager uitademen dan inademen.
Verlengde uitademing stimuleert de nervus vagus direct en activeert het parasympathisch systeem. Het is geen truc; het is fysiologie. Een langzame uitademing voor een moeilijk gesprek is geen zenuwtechniek, het is een systeemingreep.
4. Sociale veiligheid bewust opzoeken en opbouwen.(bouwen aan je basis)
Het ventrale systeem wordt geactiveerd door veilige sociale verbinding. Collega’s kennen, vertrouwen hebben opgebouwd, gezien worden als mens en niet alleen als functie — dit zijn geen nice-to-haves. Het zijn de condities waaronder assertief gedrag überhaupt mogelijk wordt.
De dieperliggende vraag
Achter assertiviteit ligt altijd een diepere vraag: durf ik te worden gezien? Durf ik ruimte in te nemen — niet door iemand anders weg te drukken, maar gewoon door er te zijn, zichtbaar, met mijn eigen kijk op de dingen?
Die vraag is niet cognitief. Ze leeft in het lichaam. In de aanspanning waarmee je een zaal binnenloopt. In de manier waarop je adem stokt als iemand je tegenspreekt. In het kleine moment van terugtrekken voor je iets zegt.
Assertiviteit trainen is, in de diepste zin, leren dat het veilig is om te bestaan in de ogen van een ander. Dat je er mag zijn. Dat jouw perspectief de moeite waard is om uit te spreken.
Dat is niet iets wat je leert uit een boek. Maar het is wel iets wat je kunt leren in mijn trainingen.
Marjan Kemperman is trainer en coach bij Kemperman training & coaching, gespecialiseerd in persoonlijke ontwikkeling, communicatie en softskills voor professionals.Dit artikel is het eerste in een reeks over de psychologie en fysiologie achter professioneel gedrag.*
*Meer weten of reageren? Ben je geïnteresseerd in een training via open inschrijving of incompany?
Stuur een bericht via (www.marjankemperman.nl) of mail naar info@marjankemperman.nl

